Als betrokken ondernemer en bewoner wil je graag meedenken over wat er in de stad en de buurt gebeurt. Dan wil je vaak meer weten dan de communicatiemensen bij elkaar hebben gerommeld in mooie brochures, op informatie-avonden, websites en artist impressions waar altijd de zon schijnt.
Met die transparantie en openbaarheid gaat er veel mis. De praktijkvoorbeelden zijn ronduit pijnlijk: een projectleider die het contact met een bewoner verbreekt zodra zij een Woo-verzoek indient, ambtenaren die deelnemers aan een participatietraject naar de Woo-procedure verwijzen, en een journalist die van alle procesverbeteringen vooral merkt dat hij wel wordt teruggebeld, maar dat zijn verzoeken nog steeds te lang duren en er nog steeds te veel wordt zwartgelakt.
Open Amsterdam
Amsterdam presenteert met “Open Amsterdam” een visie die openbaarheid herdefinieert: niet langer het afhandelen van Woo-verzoeken als juridische verplichting, maar openbaarheid als “een continu proces van interactie en nabijheid”. Het college schaart zich achter drie waarden: eerlijkheid, medemenselijkheid en meerstemmigheid. En belooft “openbaarheid by design”.
De burgemeester gaat het allemaal regelen in de komende periode. Terwijl de inkt van de evaluatie van de nieuwe participatieverordening nog niet droog is, liggen er alweer nieuwe plannen klaar.
WOO-verzoeken
De cijfers waarmee het college zichzelf de maat neemt ogen netjes: 1085 afgehandelde Woo-verzoeken in 2025, waarvan 87% binnen de wettelijke termijn, en ruim 145.000 actief openbaar gemaakte documenten op Open.Amsterdam. Vergeleken met 2020, toen een verzoek gemiddeld bijna 20 weken duurde, is dat een vooruitgang.
Maar uit de voorbeelden komt een beeld naar voren dat de WOO is verworden tot een kat-en-muisspel tussen ambtenaren en de verzoekers waarvan je uiteindelijk niets wijzer wordt
Wie kritisch leest, ziet drie problemen
Wie kritisch leest, ziet drie problemen:
Eén: waarden zonder verplichtingen. De visie staat vol goede bedoelingen, maar nergens staat wat de doelen zijn, wie verantwoordelijk is, wat het mag kosten of waaraan de raad over twee jaar kan afmeten of het is gelukt. De concrete agenda wordt doorgeschoven naar het nieuwe college, dat zich aan niets gebonden hoeft te voelen. Een visie zonder agenda, budget en KPI’s verandert zelden iets. Vaker is het een nette manier om een dossier te sluiten.
Twee: een harde diagnose, een zachte remedie. Het document is verrassend eerlijk over de eigen organisatiecultuur. Openbaarheid voelt intern als “corvee” naast het echte werk. Er heerst anticipatieangst over de gevolgen van openbaarmaking. Woorden als sturing en regie roepen weerstand op. En wat zet de gemeente daar tegenover? Ambassadeurs, dialogen, opleidingen. Wie een cultuurprobleem van dit kaliber denkt op te lossen met een gedragscampagne, heeft de eigen diagnose niet serieus genomen.
Drie: het beste inzicht sneeuwt onder. De scherpste constatering in het stuk is dat het recht op documenten wettelijk is vastgelegd, maar het recht op een antwoord niet. Dat raakt de kern. Eén op de zes Nederlanders is laaggeletterd, twintig procent van de Amsterdammers redt zich digitaal niet. De WOO bedient daarmee vooral een kleine, vaardige groep die de weg al weet. Openbaarheid voor wie het al kon vinden, is geen openbaarheid.
Juist daarom is het openbaarheidscentrum (fysieke hulp bij het vinden én duiden van informatie) het meest concrete en kansrijke element van het hele pakket. Dát verdient opschaling, met menskracht en geld. Niet de zoveelste campagne over cultuur en gedrag.
Laat Amsterdammers echt meedenken
Amsterdam stelt de juiste diagnose en kiest de juiste richting. Van letter naar geest van de wet, van documenten schuiven naar gesprek en context. Maar de visie ademt vrijblijvendheid uit op precies het moment dat doorzettingskracht nodig is. Of “Open Amsterdam” meer wordt dan een fraai vormgegeven intentieverklaring met een agenda die er nog niet is, een budget dat nog niet is toegezegd en een college dat er nog niet zit. Spinoza siert het voorwoord; de uitvoering moet nog beginnen.
Wil je dat betrokken Amsterdammers meedenken en adviseren, wil je oprecht met ze samenwerken, wil je met ze investeren in de toekomst, of wil je ze enkel informeren? Of, zoals steeds vaker gebeurt: helemaal niets doen. De keuze is aan het college.
De echte opgave voor de komende jaren is niet méér participatie organiseren, maar geloofwaardiger participatie mogelijk maken: helderder over grenzen, eerlijker over invloed en moediger in het delen van informatie met bewoners en ondernemers.
Walther Ploos van Amstel.