De gemeente Amsterdam heeft een gloednieuwe participatieverordening. Mooi op papier. Maar in de praktijk? Een farce. Neem de herinrichting van de Van Diemenstraat. Bewoners mogen meepraten, maar uitsluitend over het groen op straat en de plek van de fietsnietjes. Niet over de verkeersveiligheid. Niet over het ontwerp.
Het participatieplan werd bovendien niet openbaar gemaakt en nooit besproken in de stadsdeelcommissie, ondanks de enorme impact op het verkeersnetwerk van Stadsdeel West. Dat is geen participatie. Ook bij het Erotisch Centrum werden de buurtbewoners monddood gemaakt.
Meepraten voor spek en bonen
Dit soort plannen leidt onvermijdelijk tot inspraakavonden waarbij bewoners uren hun zegje mogen doen, waarna er toch gebeurt wat het college al had besloten. Participatie als ritueel, niet als recht. Zoals mijn vader zei: ze dronken een glas, ze deden hun plas en alles bleef zoals het was.
Ik maakte formeel bezwaar. Het participatieplan heeft immers directe rechtsgevolgen voor betrokkenen en voldoet daarmee, volgens mij, aan de definitie van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Het ontbreekt aan een onderbouwde participatiekeuze, de publicatie was te laat en de inhoud is ronduit tegenstrijdig: betrokkenheid wordt beloofd terwijl invloed structureel wordt beperkt. Een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het bezwaar werd na maar liefst vijf maanden klakkeloos afgewezen. Terwijl de wettelijke termijn 6 weken is. Reden: een participatieplan is geen besluit in de zin van de Awb, dus bezwaar is niet mogelijk. De gemeente kiest bewust voor een constructie waarbij betrokken bewoners juridisch buitenspel worden gezet.
Raadsleden gepasseerd, bewoners monddood
Vorig jaar stelde ik vragen via een raadsadres, bedoeld voor behandeling door de gemeenteraad. Tot mijn verbazing kreeg ik het antwoord al eerder, rechtstreeks van het college, vóórdat de raad er überhaupt naar had kunnen kijken.
Raadsleden werden zo gepasseerd. Pas na een excuusmail bleek dat dit op een interne miscommunicatie berustte. Maar de schade is al gedaan: het illustreert hoe de gemeente omgaat met democratische controle.
Het college erkent zelf dat er bij de implementatie “kinderziektes” zijn. Er komen jaarlijkse evaluaties, de eerste drie jaar. De eerste evaluatie was in december 2025. De conclusie: procedureel gaat het de goede kant op, maar de uitvoering vraagt nog veel werk.
Participatieplannen worden gepubliceerd en de meeste voldoen aan de basisvereisten. Toch schort er het nodige aan. Plannen zijn te ambtelijk geschreven, bedoeld voor bestuurders in plaats van bewoners. Cruciale informatie over de invloed ontbreekt of is vaag. En de belofte om ondervertegenwoordigde groepen te betrekken (jongeren, lageropgeleiden, Amsterdammers met een migratieachtergrond) blijft grotendeels op papier.
Verontrustend is dat meer dan de helft van de deelnemers hun eigen invloed verkeerd inschat. Wie denkt mee te beslissen, mag vaak alleen reageren. Buurtrechten en buurtplatforms, bedoeld om echte zeggenschap te geven, komen moeilijk van de grond.
Wil Amsterdam luisteren?
Amsterdam wil luisteren. Maar het hoort ook de juiste stemmen. Hoe waarborgt het college dat die evaluaties ook daadwerkelijk tot verbeteringen leiden? En wat schieten bewoners op met een belofte van zelfreflectie als ze nu al monddood worden gemaakt? De keuze is helder: wil Amsterdam oprechte samenwerking met inwoners of slechts de schone schijn ervan?
Walther Ploos van Amstel.