Stedelijke distributie: kansrijk onder voorwaarden

De cijfers over de transportstromen in de stad deugen vaak niet. De meeste initiatieven bij stedelijke distributie kijken vooral naar de winkelbevoorrading. Dat is minder dan 10 procent van het goederenvervoer de stad in en die stroom is voor de grote winkelketens vaak al goed geregeld.

De transportstromen naar de bouwplaats, horeca en food service zijn veel dikker en slecht geregeld. En wat te denken van alle pakketjes van DHL, TNT en UPS? Zonder de juiste en complete cijfers is elk plan gebaseerd op drijfzand. Tijd voor onderzoek!

Studenten keken…

Drie studententeams hebben gekeken naar het goederenvervoer dat de stad ingaat:

  • Wibautstraat-Weesperplein (middag)
  • Piet Heinkade-Panama (middag)
  • Prins Hendrikkade-Gelderse Kade (ochtend).

De teams hebben op elke plek een half uur geturfd en de bewegingen ingedeeld naar bestelwagens en vrachtwagens en vervolgens naar categorie goederen.

Personenbusjes en kleine bestelauto’s zijn niet geteld.

Studenten merkten wel op dat veel van die personenbusjes en kleine bestelauto’s actief waren voor zowel bouwlogistiek als food service (bezorging aan restaurants, catering).

Veel bestelbusjes

Van de 552 getelde voertuigen waren 74% bestelbusjes en 26% lichte en zware vrachtwagens.

Op basis van de naam op de zijkant van de voertuigen is vastgesteld wat de inhoud was (eventueel is via Internet uitgezocht wat een bedrijf deed). Als docent heb ik dit begeleid. Omdat veel van het transport in Amsterdam eigen vervoer blijkt te zijn, viel het indelen van de voertuigen mee.

Studenten merkten overigens op dat het grootste deel van de afvalstromen aan de bouw gerelateerd was (containers).

De servicestroom betreft vooral servicemonteurs van automaten, liften, computersystemen en dergelijke.

De ‘overige’ categorie betrof met name waardetransporten, meubels en verhuizingen.

Van de 552 getelde voertuigen was 21% niet direct te herleiden tot een bepaalde categorie goederenstroom. Vermoedelijk gaat het hierbij veelal om zowel pakketzendingen als bouwlogistieke stromen. Deze niet herkende voertuigen zijn niet meegenomen in de resultaten. Dit zal zeker de telling op de Prins Hendrikkade beïnvloeden, omdat het in de ochtend waarschijnlijk om veel zendingen voor de retail in de stad gaat. In de onderstaande tabel is hiervoor wel gecorrigeerd; de helft van die vrachtwagens is toegewezen aan de categorie non food retail.

Voorzichtige conclusies

Alles bij elkaar opgeteld zijn de grootste stromen de stad in: bouw (37%), horeca en food service (21%) en pakketleveringen (10%).

Stroom Bestelbusjes Vrachtwagens
Horeca en food service 15% 36%
Bouw 43% 18%
Afval 1% 16%
Retail non food 1% 13%
Retail food 1% 4%
Pakketleveringen 12% 4%
Service en schoonmaak 13% 2%
Gemeentelijke diensten 11% 2%
Overige 3% 5%

Tabel 1: resultaten multimomentopname

Bij bestelbusjes zijn de grootste stromen achtereenvolgens: bouw(logistiek), horeca/food service en service/schoonmaak. Deze drie zijn goed voor 71% van de voertuigbewegingen.

Bij vrachtwagens zijn de grootste stromen achtereenvolgens: horeca/food service, bouwlogistiek en afval. Deze drie zijn goed voor 70% van de voertuigbewegingen.

Enkele opmerkingen:

  • Heel veel transport de binnenstad in gaat met eigen vervoer: 70 tot 80%. Het niet uitbesteden van stromen betekent dat de mogelijkheden voor bundeling beperkt zijn.
  • Een deel van de pakketleveringen gaat ook naar non food retailer (in met name fashion en lifestyle). Hiervoor is niet gecorrigeerd.
  • Vermoedelijk bevatten veel van de niet geïdentificeerde busjes ook pakketleveringen. De grootste pakketspelers TNT en Selektvracht rijden in Amsterdam vaak met ‘white label’ busjes, charters en personenauto’s. Het aandeel van de pakketleveringen ligt mogelijk boven de 20% bij bestelbusjes (dit zijn ook de cijfers die TNT zelf hanteert bij hun metingen in steden). Deze zijn veelal niet herkend door de studenten.

Beperkingen:

  • Het betrof een niet wetenschappelijk uitgevoerd onderzoek. Het is een multimomentopname op willekeurige tijdstippen en plekken in Amsterdam uitgevoerd door jonge, onervaren HBO-studenten. De uitkomsten van de drie metingen lopen overigens niet sterk uiteen. Bij elke meting komen dezelfde hoofdstromen naar voren in dezelfde verhoudingen! Dat is meestal een teken dat de multimomentopname goed is uitgevoerd.
  • Omdat niet ’s ochtends vroeg is gemeten, zijn de ‘dikke’ bouwstromen, die meestal ’s ochtends vroeg al op de bouwplaats worden geleverd, buiten beschouwing gebleven (dat is jammer, omdat dit vaak van de milieuzone vrijgestelde voertuigen zijn). De bouwlogistieke stroom is vermoedelijk dus groter. Zeker een reden om het onderzoek ook eens uit te voeren tussen 7 en 8 uur ’s ochtends.
  • Leveringen met personenauto’s en kleine bestelauto’s zijn niet in kaart gebracht. Dit is wel een aanzienlijk stroom, met veel voertuigbewegingen. Zeker ook een reden voor vervolgonderzoek.

Walther Ploos van Amstel.

No Comments Yet

Leave a Reply

Walther Ploos van Amstel  

Passie in logistiek & supply chain management

FOLLOW