Op de WCTR-conferentie in Toulouse spraken we over de rol van stadslogistiek in 15-minutensteden. De discussie begon, zoals altijd, met data: wat moeten we weten om de juiste oplossingen te bieden? Vervoersbewegingen tellen is aardig. Het is niet genoeg.
De 15-minutenstad belooft dagelijkse voorzieningen binnen een korte wandeling of een korte fietsrit. Toch vergeten planners steeds dat winkels, cafés, apotheken en woningen bevoorraad moeten worden. Nabijheid voor mensen betekent complexiteit voor leveringen: kleinere, frequentere leveringen in straten die zijn heringericht voor voetgangers en fietsers, niet voor vrachtwagens. Zonder een serieuze logistieke strategie wordt de 15-minutenstad een 15-minutenfile.
Wat hebben gezinnen en werkenden in de buurt nodig?
Maar de echte blinde vlek zit een laag dieper. We stellen de verkeerde vraag. Niet: hoeveel bestelbussen rijden er in de buurt? Maar, wat hebben gezinnen en werkenden in die buurt nodig? Activiteiten sturen vervoer. Verplegen en verzorgen van een groeiende groep ouderen. Bouwen, renoveren en repareren van een verouderende woningvoorraad. Verhuizen, installaties onderhouden, producten hergebruiken, eten en drinken. Elk van deze activiteiten genereert logistiek, en elk van deze processen gaat met nieuwe AI-technologie fundamenteel veranderen. Die data zijn echt relevant.
Neem onderhoud en reparatie. Diagnose op afstand en AI betekenen dat een monteur niet meer naar een cv-ketel rijdt om te ontdekken welk onderdeel kapot is; de ketel meldt het zelf, het juiste onderdeel arriveert bij een buurthub, en een ervaren vakman uit de buurt repareert het. Neem zorglogistiek: met voorspellende planning kunnen leveringen van medicijnen, maaltijden en medische hulpmiddelen worden gebundeld, in plaats van vijf busjes naar dezelfde straat te sturen.
Neem de buurt zelf als hulpbron: oudere bewoners met tientallen jaren vakervaring kunnen repaircafés draaien. Meubelruil houdt spullen in de buurt in plaats van ze twee keer de stad door te verplaatsen. Sociale bezorging: buren die pakketten en boodschappen voor elkaar meenemen. En gedeelde pakketafhaalpunten maken van de laatste meter een buurtvoorziening in plaats van een commerciële last en versterken zo de sociale cohesie.
Slimmere steden
Smartcitytechnologie is de laag die dit mogelijk maakt. Als we haar voor de juiste vragen inzetten. Sensoren, IoT en digital twins kunnen laten zien hoe buurten werkelijk functioneren: welke laad- en losplekken wanneer worden gebruikt, waar bezorgpieken botsen met het halen en brengen van schoolkinderen, en welke gebouwen straks onderhoud nodig hebben. Realtime dataplatformen kunnen vraag en aanbod matchen, laad- en loszones dynamisch toewijzen en pakketafhaalpunten, repaircafés en sociale bezorgnetwerken met elkaar laten communiceren. Maar technologie moet de buurt dienen, niet andersom: het doel is geen dashboard vol vervoersbewegingen, maar het begrijpen en ondersteunen van de dagelijkse activiteiten van bewoners en werkenden.
Stop met het optimaliseren van de processen van gisteren
Dit is het punt dat te veel stadslogistieke debatten missen. We blijven voertuigen optimaliseren: elektrische bestelbussen, vrachtfietsen, microhubs. Nodig, maar het is het optimaliseren van de processen van gisteren. De grotere winst zit in het herontwerpen van de processen zelf: buurten deels zelfvoorzienend en veerkrachtig maken, zodat er in de eerste plaats minder bewegingen nodig zijn. Wat overblijft, kan vervolgens schoon en stil worden georganiseerd: hubs aan de rand van de buurt, zero-emissievoertuigen voor de laatste meter, slim beheer van laad- en losplekken en venstertijden buiten de spits.
De agenda voor onderzoekers en beleidsmakers is helder. Stop met alleen ritten te tellen. Breng de activiteiten van bewoners en werkenden in kaart, met smartcitytechnologie als instrument, en vraag welke processen technologie en sociale innovatie in het komende decennium zullen veranderen.
Ontwerp de 15-minutenstad rond die toekomstige processen; en ontwerp de logistiek vanaf dag één mee, in plaats van haar er achteraf bij te plakken.
Walther Ploos van Amstel