4G gemeenten tekenen convenant met pakketbedrijven over pakketpunten

Ruim een jaar geleden publiceerde de Topsector Logistiek een rapport over de rol van gemeenten bij pakketkluizen. Mijn conclusie toen was helder: gemeenten moeten hier terughoudend mee zijn. Gemeentelijke inzet op pakketkluizen klinkt aantrekkelijk, maar kan averechts uitpakken. Het risico is meer autoritten naar kluizen, extra beslag op schaarse openbare ruimte en minder bestedingen in lokale winkels. En het belangrijkste: het aantal bestelbusjes in de straat daalt er nauwelijks door.

Dat ging veel gemeenten toch wat te ver. Ze gingen daarom samen met pakketbezorgers om tafel met één vraag: hoe lossen we dit slimmer op? Vandaag ondertekenden wethouders van de vier grote steden een convenant om de pakketbezorging gezamenlijk beter te organiseren.

Afspraken maken

De pakketsector zet een belangrijke stap richting efficiëntere stadslogistiek. Steeds meer consumenten laten hun pakket bezorgen bij een pakketpunt of pakketkluis, en dat kan het aantal ritten in steden aanzienlijk verminderen. PostNL, DHL, DPD, Budbee, VintedGo, De Buren en ViaTim ondertekenden hiervoor een convenant, ondersteund door het DMI-ecosysteem waarin Rijk, provincies, steden en bedrijfsleven samenwerken.

Het convenant wil een duurzaam en efficiënt stedelijk netwerk van pakketpunten en -kluizen realiseren. Meer pakketten moeten via deze locaties worden bezorgd in plaats van aan huis, om verkeersdruk, overlast en CO₂-uitstoot te verminderen en kosten beheersbaar te houden. Tegelijk moet de service voor ontvangers op peil blijven. Het convenant bevat inspanningsafspraken en is niet juridisch bindend.

Steeds meer pakketbusjes in de woonwijken

Door de groei van e-commerce rijden dagelijks duizenden bestelbusjes door stedelijke woonstraten. Alleen al in de vier grote steden worden dagelijks ruim 200.000 pakketten bezorgd, waarvan ongeveer 80% nog steeds aan huis. Vooral in smalle straten leidt dit tot opstoppingen, parkeerdruk en onveilige situaties. Met dit convenant kiezen steden en vervoerders nadrukkelijk voor een systeemverandering: meer bezorgingen via gedeelde pakketpunten in plaats van individuele huisleveringen.

Samenwerken

Een belangrijke verandering is dat vervoerders hun netwerken gaan openstellen. Waar pakketbedrijven nu vooral hun eigen kluizen en servicepunten gebruiken, is het doel om in de toekomst ook elkaars locaties te benutten. Dat vergroot het netwerk aan afhaalpunten op loop- en fietsafstand aanzienlijk en maakt het systeem efficiënter voor zowel bewoners als vervoerders.

Nieuwe locaties worden gezocht op plekken waar mensen toch al komen: OV-knooppunten, fietsenstallingen, winkels, buurtcentra en sportvoorzieningen. De komende jaren werken steden en vervoerders per stad aan een gezamenlijke aanpak en de eerste nieuwe locaties. Het doel is ambitieus: uiterlijk in 2028 moet iedere stadsbewoner dichtbij huis een pakketpunt of pakketkluis kunnen bereiken.

Thuiswinkel.org vindt het prima dat de pakketsector investeert in bezorgopties en pakketkluizen om eerste leveringen te laten slagen en logistiek efficiënter en duurzamer te maken. Pakketkluizen verminderen mislukte bezorgingen en bundelen afleveringen, maar leveren alleen CO₂-winst op als consumenten hun pakket lopend of met de fiets ophalen. In de praktijk haalt circa een derde pakketten met de auto op, waardoor de klimaatwinst vaak verdampt en soms zelfs slechter is dan thuisbezorging. Duurzaamheid hangt volgens Thuiswinkel.org sterk af van consumentengedrag, afstand en locatie. Toegankelijke, ‘white label’ kluizen op plekken waar mensen toch al komen zijn cruciaal.

Het convenant

Het convenant formuleert enkele belangrijke uitgangspunten. Elke stedelijke ontvanger moet binnen loop- of fietsafstand toegang hebben tot een pakketpunt of pakketkluis, bij voorkeur bij OV-locaties. Het netwerk moet meegroeien met de toenemende vraag, wat betekent dat er meer en grotere PUDO-locaties nodig zijn.

Deze infrastructuur moet bijdragen aan minder bezorgkilometers, lagere uitstoot en betere verkeersveiligheid. Daarnaast worden pakketkluizen zoveel mogelijk “open” ingericht: deelnemende vervoerders moeten tegen marktconforme tarieven gebruik kunnen maken van elkaars locaties. Waar mogelijk worden PUDO-locaties gecombineerd met andere publieke of private functies om kosten te beperken.

Gemeenten en marktpartijen willen meer eenduidige richtlijnen ontwikkelen voor de plaatsing van pakketkluizen in steden. Tegelijk blijft er ruimte voor lokale beleidsvrijheid. In historische binnensteden geldt voorlopig dat pakketkluizen niet in de openbare buitenruimte worden geplaatst; alternatieven zoals inpandige oplossingen en integratie in gebouwen krijgen prioriteit.

Samen leren van ervaringen

Het convenant bevat een concreet werkprogramma. Partijen gaan samenwerken aan strategische plaatsing van PUDO-locaties op basis van verzorgingsgebieden van circa 300 tot 500 meter. Er wordt onderzocht welke (semi)publieke locaties geschikt zijn, zoals bibliotheken, fietsenstallingen, mobiliteitshubs en sportaccommodaties. Ook wordt gekeken naar ondersteunende maatregelen, zoals toegangsbeleid en laad- en losvoorzieningen.

Daarnaast werken partijen aan gezamenlijke toetsingskaders voor gemeenten en een afsprakenstelsel tussen pakketvervoerders, inclusief data-uitwisseling zodat vervoerders elkaars kluizen kunnen gebruiken. De voortgang wordt elk kwartaal gemonitord en jaarlijks geëvalueerd. De gezamenlijke ambitie is om de doelstellingen uiterlijk in 2028 te realiseren.

Als dit lukt, betekent dat minder bestelbusjes in woonstraten, lagere kosten voor vervoerders en een schonere, veiligere en efficiëntere pakketlogistiek. Bovendien wordt via het DMI-ecosysteem gewerkt aan uitbreiding naar meer gemeenten, waaronder het G40-stedennetwerk. De richting is duidelijk: pakketbezorging verschuift van individuele deur tot deur naar gedeelde stedelijke infrastructuur.

Dutch Metropolitan Innovations

Het initiatief voor het convenant komt van DMI-ecosysteem (Dutch Metropolitan Innovations). DMI is een publiek-private samenwerking die innovatie in de Nederlandse metropoolregio’s versnelt. Overheden, bedrijven, kennisinstellingen en investeerders werken samen aan oplossingen voor grote stedelijke uitdagingen zoals mobiliteit, energie, digitalisering, circulariteit en leefbaarheid.

DMI richt zich op het ontwikkelen, testen en opschalen van innovatieve technologieën en businessmodellen in living labs en praktijkprojecten. Door vraag en aanbod te verbinden, financiering te mobiliseren en samenwerking te organiseren, helpt DMI om innovaties sneller van pilot naar markt te brengen. Zo draagt DMI bij aan economisch sterke, duurzame en toekomstbestendige stedelijke regio’s in Nederland. Met het DMI-ecosysteem wordt gewerkt aan een verdere uitbreiding van het aantal betrokken gemeenten, zoals het G40-stedennetwerk.

Walther Ploos van Amstel

Bron: gemeente Amsterdam

 

Lees ook: Wat kunnen pakketkluizen betekenen voor gemeenten?

No Comments Yet

Leave a Reply

Walther Ploos van Amstel  

Passie in logistiek & supply chain management

FOLLOW