Landscapes of trade: waarom groeide Nederland als logistiek complex?

Lokale neveneffecten hiervan leiden tot stevige kritiek op de ‘verdozing’ van het landschap. Nuance en een verhaal over hoe het dan wel moet ontbreken nog vaak in dit debat. 

Op 21 mei zal Merten Nefs zijn proefschrift verdedigen met als onderwerp “Landscapes of Trade”. Dit onderzoek is een samenwerking tussen de Technische Universiteit Delft, de Erasmus School of Economics en de Vereniging Deltametropool. Het richt zich op het identificeren van de historische, economische en institutionele factoren die hebben bijgedragen aan de ongebreidelde groei van het logistieke complex in Nederland.

Het logistieke complex van Nederland omvat een bebouwde oppervlakte van ongeveer 80 miljoen vierkante meter, met een toenemend aantal XXL-distributiecentra (DC’s). Deze oppervlakte is sinds 1980 verviervoudigd, terwijl de gemiddelde omvang van een DC meer dan verdrievoudigd is. Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen een aanzienlijk grotere DC-oppervlakte per inwoner.

Dit opmerkelijke gebruik van het Nederlandse grondgebied wordt vaak beschouwd als een succesverhaal voor Nederland als ‘Distributieland’ of ‘Gateway to Europe’, en heeft een nieuw grootschalig landschapstype voortgebracht: Landscapes of Trade.

Tot op heden heeft de overheid de ontwikkeling van DC’s gefaciliteerd, maar steeds vaker worden maatschappelijke protesten tegen dergelijke ontwikkelingen gehoord, wat het planningsdiscours beïnvloedt. Verhitte debatten over logistiek weerspiegelen vaak conflicterende belangen van belanghebbenden en tegengestelde perspectieven, eerder dan een constructieve dialoog over strategische keuzes gebaseerd op empirische bewijzen en inzichten, die cruciaal zijn in het planningsdiscours, vooral in de transitie naar een duurzaam logistiek complex.

Door een gebrek aan publiek beschikbare kennis zijn zes aspecten van het logistieke complex polemische sleutelkwesties geworden in het planningsdiscours. Deze omvatten het wijdverbreide groeipatroon van DC’s in Nederland, het dominante en steeds vaker betwiste beleidsnarratief van Nederland als Distributieland, en het tekortschietende publiek-private actornetwerk in het adequaat plannen en ontwikkelen van DC’s. Andere kwesties zijn de beweerde werkgelegenheidsvoordelen van DC’s, de balans tussen de voordelen en de nadelen van logistiek, en het verstrekken van bruikbare informatie voor ruimtelijke planning van logistieke clusters in de opkomende circulaire economie. Deze kwesties worden waargenomen in zowel onderzoek als praktijk en zijn relevant in verschillende delen van Europa en daarbuiten.

Merten Nefs wil door het combineren van verschillende perspectieven en empirische onderzoeksmethoden de opkomst van het logistieke complex en het bijbehorende planningsdiscours verklaren en multidisciplinaire inzichten verwerven, met een specifieke focus op XXL DC’s in Nederland. Het hoofddoel is het begrijpen van het evoluerende ruimtelijke patroon van logistieke centra en de interactie met het co-evoluerende planningsysteem. Het logistieke complex van Nederland sinds 1980 biedt een kritische Europese casus voor analyse vanwege duidelijke verschuivingen in het ruimtelijk patroon en het planningsysteem, evenals een scherp en goed gedocumenteerd planningsdiscours in verschillende informatiebronnen en actornetwerken.

Historische trends en schokken hebben een significante invloed gehad op de planning en ontwikkeling van het logistieke complex in Nederland. Verschillende disruptieve gebeurtenissen, zoals economische crises en de COVID-19-pandemie, evenals de algemene trend van internationalisering van handel en marktintegratie, hebben geleid tot een toename van XXL-distributiecentra (DC’s). Daarnaast hebben geopolitieke onrust en opkomende internationale duurzaamheidsverdragen diverse mondiale waardeketens onzeker gemaakt, terwijl schaarste aan grond en personeel de uitbreiding van het logistieke complex hebben beperkt.

Economische processen en transformaties hebben ook een sterke invloed gehad op de groei van DC’s, zoals de financiële benadering van DC-ontwikkeling, de opkomst van e-commerce en verwachtingen met betrekking tot werkgelegenheid. Dit proefschrift illustreert hoe monofunctionele XXL DC-clusters de arbeidsmarkt onder druk zetten, niet de geclaimde indirecte werkgelegenheid opleveren en het risico op ruimtelijk-economische lock-in vergroten.

De transitie naar een circulaire economie zal het gebruik van het logistieke complex verder veranderen, met name op het gebied van het beheer van retourstromen en re-manufacturing in DC’s. Institutionele dynamieken hebben ook een cruciale rol gespeeld bij de vorming van het logistieke complex, waarbij een eenzijdig narratief dat kritische studies negeerde, heeft geleid tot beleidsbeslissingen die de expansie van het logistieke complex stimuleren, maar ook perverse prikkels in het planningsysteem hebben geïntroduceerd.

Samengevat zijn de dynamische omstandigheden die het logistieke complex hebben bepaald sinds de jaren 1980 aanzienlijk anders dan de huidige situatie. Daarom is een vernieuwd logistiek beleidsnarratief, geworteld in deze veranderde dynamieken, noodzakelijk. Om dit nieuwe narratief plausibel en effectief te maken, moet het gebaseerd zijn op inzichten uit vervolgonderzoek en aangepaste praktijken van ruimtelijke planning.

De uitkomsten van dit proefschrift wijzen naar drie richtingen voor vervolgonderzoek: een strategisch internationaal perspectief op de schaal van de Eurodelta, een gedetailleerder inzicht in de activiteiten in DC’s, en begrip van de rollen en dynamieken van het actornetwerk achter de planning en ontwikkeling van het logistieke complex.

Drie aanbevelingen voor publieke en private actoren worden gedaan om interdisciplinaire en duurzame ontwikkeling van het logistieke complex te bevorderen:

  • gelijkwaardige en open informatievoorziening in het actornetwerk
  • versterking van interdisciplinaire planning en ontwerppraktijken
  • effectievere samenwerking onder publieke en private actoren in strategische ruimtelijke planning en ontwikkeling.

Een dergelijke onderzoeksagenda en vernieuwde praktijk zou een goedgeïnformeerd en breed gedragen beleidsnarratief voor ruimte en logistiek mogelijk maken, wat de maatschappij in staat stelt om het beste te halen uit elke vierkante meter in de ‘Landscapes of trade’

Bron: Deltametropool

No Comments Yet

Leave a Reply

Walther Ploos van Amstel  

Passie in logistiek & supply chain management

FOLLOW