De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 worden een waterscheiding in hoe we stadslogistiek gaan organiseren. Voor Logistiek.nl blikken verschillende experts vooruit naar de rol van Logistiek in 2026. In dit eerste deel geeft Walther Ploos van Amstel, lector citylogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, zijn visie over de toekomst van de stadslogistiek.
Steeds meer Nederlandse gemeenten nemen maatregelen om de groeiende stadslogistiek in hun binnensteden te beperken en te verduurzamen. De strijd om schaarse ruimte is begonnen: verblijven wordt belangrijker dan verplaatsen. Binnensteden worden autoluw, fietsers en voetgangers krijgen voorrang en zwaar verkeer verdwijnt. Dat merken verladers, vervoerders en ontvangers direct.
De binnenstad is voor gemeenten het visitekaartje: levendig, aantrekkelijk en vol historie. Achter die gezelligheid draait echter een complexe logistieke machine. Elke dag rijden bestelwagens, vrachtwagens, vrachtfietsen en soms zelfs boten af en aan om winkels te bevoorraden, horeca te voorzien, bouwplaatsen te bedienen en afval af te voeren. Zonder logistiek staat de stad letterlijk stil.
Maar die logistiek komt steeds meer onder druk te staan. Laad- en losplekken verdwijnen, bevoorradingstijden worden strenger en elektrisch vervoer vraagt om nieuwe laadinfrastructuur en slimme planning. De overstap naar emissievrij vervoer is goed voor het klimaat, maar niet voor elke ondernemer eenvoudig. Wie niet tijdig samenwerkt of innoveert, ziet kosten stijgen en flexibiliteit afnemen.
Overal ontstaan lokale oplossingen. Den Haag stimuleert leveringen via een hub waar goederen worden gebundeld en emissievrij de stad in gaan. Gouda combineert haar zero-emissiezone met een stedelijke hub aan de rand van het centrum. Rotterdam werkt aan een autoluwe binnenstad, terwijl Amsterdam inzet op stads- en bouwhubs om ritten te verminderen. Utrecht experimenteert met tijdvensters en privileges voor schone voertuigen, en sluit de binnenstad voor zwaar vrachtverkeer. Zwolle en Groningen testen bouwlogistieke hubs en datagestuurde toegangssystemen. Arnhem en Nijmegen bundelen regionale stromen en verkennen emissievrije stadslogistiek vanuit de regio. Elke stad kiest een eigen tempo, maar het doel is hetzelfde: minder ritten, schonere voertuigen en een leefbare, bereikbare binnenstad.
Slimme stadslogistiek is geen luxe, maar een randvoorwaarde voor vitale steden. De gemeenteraadsverkiezingen in 2026 worden daarbij een belangrijk ijkpunt. Het beleid dat straks in de raadszalen wordt vastgesteld, bepaalt of onze binnensteden bereikbaar blijven of juist op slot gaan. Nu gemeenten versneld toewerken naar autoluwe en zero-emissiezones, is het cruciaal dat logistieke bedrijven aan tafel zitten en meedenken over de praktische uitvoerbaarheid.
Gemeenten kunnen veel doen om de overgang soepel te laten verlopen: duidelijke regels, voldoende laad- en losplekken op logische locaties, voorspelbare venstertijden en één aanspreekpunt om onnodige kosten en vertraging te voorkomen. Schone voertuigen en stille leveringen verdienen beloningen via slimme toegangssystemen. Niet alleen grote steden worstelen met deze puzzel. Ook middelgrote gemeenten zoals Haarlem, Amersfoort en Leeuwarden ervaren dezelfde druk. Juist daar is de balans tussen leefbaarheid, bezoekers en bevoorrading extra kwetsbaar. Maatwerk is nodig, maar binnen een landelijk kader dat duidelijkheid biedt aan transporteurs die in meerdere steden actief zijn.
Elke sector heeft bovendien zijn eigen logistieke puzzel. Winkels en horeca vragen om voldoende laad- en losruimte en flexibele bezorgtijden. Supermarkten willen buiten de drukke uren kunnen leveren. Pakketdiensten hebben behoefte aan hubs aan de stadsrand of microhubs in de wijk. De bouwsector vraagt om strakke coördinatie en duidelijke regels, terwijl afvalinzameling en retourstromen slimmer kunnen met data en ruimere venstertijden. De rode draad is samenwerking tussen logistieke dienstverleners en verladers met hun ontvangers. Stadslogistiek regel je voortaan samen.
Wie kiest voor een vitale binnenstad, kiest ook voor de stille motor die haar draaiend houdt: de logistiek. Gemeenten hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Door kennis te delen over hubs, data, laadbeleid en samenwerkingen leren steden sneller wat werkt en wat niet. Stadslogistiek laat zich niet vanachter een bureau plannen. Alleen door vervoerders, ondernemers en bewoners actief te betrekken bij praktische oplossingen blijft de binnenstad bereikbaar, leefbaar én vitaal.
De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 worden een waterscheiding in de manier waarop we stadslogistiek gaan organiseren. We zullen eraan moeten wennen dat we er te gast zijn; van denken in termen van “ik moet erin” naar “mag ik er alstublieft in?”. Zonder slimme logistiek valt de binnenstad stil. En stilstaan is geen optie.