Hoe zit het nu met fijnstof van banden en remmen?

Luchtvervuiling blijft wereldwijd een hardnekkig probleem, waarbij fijnstof (PM) in stedelijke gebieden grote gezondheids- en milieuproblemen veroorzaakt. Terwijl uitlaatemissies afnemen, worden niet-uitlaatemissies (NEEs) – zoals deeltjes afkomstig van remmen, banden en wegslijtage – inmiddels de dominante bron van stedelijk fijnstof.

NEEs verslechteren niet alleen de luchtkwaliteit, maar zorgen ook voor vervuiling van water en bodem via microplastics, wat risico’s oplevert voor ecosystemen en de volksgezondheid. Effectieve regelgeving wordt echter bemoeilijkt door een gebrek aan gegevens over emissiefactoren, chemische samenstelling en gezondheidseffecten.

In Barcelona zijn NEEs verantwoordelijk voor 78% van de PM10- en 65% van de PM2.5-emissies uit wegverkeer. Net als in Londen zijn remslijtage-emissies de belangrijkste PM10-bron bij personenauto’s. Voor zware vrachtwagens blijft de uitlaat echter de grootste bron van emissies, terwijl lichtere vrachtwagens ongeveer evenveel bijdragen aan PM2.5 via remmen, banden, wegen en uitlaat.

Een recent rapport van e\:misia, samen met EIT Urban Mobility, Transport for London (TfL) en de Greater London Authority (GLA), analyseert de bronnen, gevolgen en aanpak van NEEs in Londen. Vooral remslijtage blijkt een grote bron van zwevend stof in stedelijke omgevingen. Elektrische voertuigen (EV’s) kunnen via regeneratief remmen de remslijtage met meer dan 80% verminderen, wat de luchtkwaliteit aanzienlijk verbetert. Daarnaast stoten EV’s geen uitlaatgassen uit, wat extra milieuvoordelen oplevert.

Banden zijn de tweede belangrijkste bron van NEEs. Slechts 1–5% van de bandendeeltjes wordt via de lucht verspreid; de rest komt in het wegstof terecht en spoelt via het regenwater naar het oppervlaktewater. In steden en warme klimaten is dit probleem extra groot. Omdat EV’s gemiddeld 20% zwaarder zijn dan voertuigen met verbrandingsmotor, is bandenslijtage bij EV’s vaak hoger. Wegslijtage – de derde component – is lastig afzonderlijk te meten, maar draagt vooral bij op slecht onderhouden wegen.

Ondanks deze nadelen wegen de voordelen van elektrificatie op wagenparkniveau zwaarder: uitlaatemissies verdwijnen en remslijtage daalt sterk. De aankomende Euro 7-regelgeving stelt vanaf eind 2026 grenzen aan remslijtage, gevolgd door bandenlimieten in 2028. Omdat deze alleen gelden voor nieuwe voertuigen, zullen de effecten pas geleidelijk zichtbaar worden. Voorzichtigheid is geboden bij nieuwe rem- en bandmaterialen, omdat sommige weinig-slijtende componenten mogelijk andere milieuproblemen veroorzaken.

Het rapport pleit voor een brede beleidsaanpak. Lokaal moeten steden NEEs integreren in luchtkwaliteitsbeleid, zero-emissiezones uitbreiden en actief vervoer stimuleren. Cruciaal is een modal shift: minder autoverkeer kan vijf keer meer impact hebben dan elektrificatie. Ook rijgedrag speelt een rol: rustiger rijden en betere doorstroming beperken slijtage.

Nationaal zijn vroege invoering van duurzame componenten en publiekscampagnes belangrijk. Internationaal zijn geharmoniseerde meetstandaarden en toxiciteitsonderzoek nodig. De conclusie: elektrificatie en regelgeving zijn nodig, maar onvoldoende. De sleutel ligt in gedragsverandering, ruimtelijke ordening en minder autogebruik.

Source: EIT Urban Mobility

No Comments Yet

Leave a Reply

Walther Ploos van Amstel  

Passie in logistiek & supply chain management

FOLLOW