Zijn de gemeentelijke parkeergarages ‘in control’?

Op Twitter kwam ik terecht in een discussie over de gemeentelijke parkeergarages van Amsterdam voor vooral vergunninghouders. Het van de straat halen van geparkeerde auto’s staat als prioriteit in de Amsterdamse autoluwe plannen. Er moeten 7.500 tot 10.000 parkeerplekken op straat weg.

De stelling op Twitter was dat veel Amsterdammers graag een onzekere plek op straat zouden willen inruilen voor een zekere plek in een parkeergarage. Dat geloof ik graag. Maar, is dat ook eerlijk?

In de afgelopen jaren zijn onder meer de Kistdamgarage bij Pontsteiger, de Boerenwetering/Albert Cuyp garage geopend en binnenkort openen de Singelgrachtgarage en de Vijzelgrachtgarage voor (vooral) vergunninghouders uit de buurt. De Willibrordusgarage staat nog in de planning.

Structurele verliezen

Behalve de grote investeringen (80.000 tot 100.000 euro per parkeerplek) leiden de jaarlijks terugkerende kosten voor energie, handhaving, schoonmaak, laadinfrastructuur en onderhoud tot structurele verliezen voor de gemeente. De operationele verliezen zijn tussen 6.000 en 10.000 euro per jaar per parkeerplek; kosten die elk jaar oplopen. Deze kosten worden betaald uit de algemene parkeerinkomsten van de stad. De inkomsten uit de bewonersvergunningen dekken de kosten van de parkeergarages absoluut niet.

De kosten zijn overigens niet meer direct terug te vinden in de begroting van de gemeente (in eerdere jaren overigens nog wel). Er is ook nergens een recent overzicht van de ongeveer 45 gemeentelijke parkeergarages en de exploitatie hiervan te vinden (het laatste overzicht dateert uit 2018). Dat is zorgwekkend met de stijgende kosten van onderhoud en energie. Is de gemeente nog wel ‘in control’? Dat mogen de raadsleden nog eens aan de wethouder vragen.

Twee bewonersgarages aan de Kattenburgerstraat in het centrum staan al jaren voor een deel leeg omdat er nog onderhoudswerkzaamheden op de planning staan. Bewoners snappen niet dat de plekken leeg moeten blijven terwijl er nog niet gewerkt wordt. De gemeente wil van de met technische problemen kampende Staringpleingarage. Andere, door de gemeente betaalde parkeerplekken, staan leeg.

Wie moet er investeren?

Het later apart bouwen van een ondergronds parkeergarage is kostbaar ook in het latere beheer. Bij een VVE kost het beheer van een parkeerplaats (onder het gebouw) jaarlijks 600-2.400 euro. Dat roept de vraag op of het niet verstandig is ontwikkelaars en corporaties dit zelf te laten regelen op basis van realistische parkeernormen. Of kies voor publiek-private samenwerking. Dat is aanzienlijk goedkoper en daarmee verdeel je de lusten en lasten beter. Maar, dat lost niks op voor de oudere buurten.

Ook ondergronds fietsparkeren kost geld

Wie denkt dat fietsparkeerplekken onder de grond niks kosten? Dat is natuurlijk niet waar. Op het Leidseplein zijn de kosten (inclusief handhavers op het plein om fietsparkeerders te verjagen) ruim 1 mln euro per jaar; 500 euro per fiets per jaar (bij 2.000 fietsparkeerplekken). De bouwkosten waren ruim 20 mln euro; 10.000 euro per fietsparkeerplek. De ruim 20.000 fietsenstallingen die in 2030 rond Amsterdam Centraal zijn gepland kosten uiteindelijk bij elkaar 90 miljoen euro; bijna 5.000 euro per fietsparkeerplek. De stalling op Beursplein kostte ook zo’n 5.000 euro per fietsparkeerplek. Helaas zijn bij beide de jaarlijkse integrale exploitatiekosten onbekend.

Subsidie voor autobezit?

Het autobezit en -gebruik neemt nog steeds toe in Amsterdam (nog exclusief het groeiende aantal lease-auto’s). Het opheffen van parkeerplaatsen op straat is wenselijk. Je maakt meer ruimte voor de mensen op straat als je die ruimte ook echt daarvoor inzet (en niet voor horecaterrassen of fietsparkeren).

Het faciliteren van een ondergronds parkeren in gemeentelijke parkeergarages om straatparkeren te verminderen is met de huidige bewonersvergunningen wel een hele grote ‘subsidie’ voor autobezit.

Het college wil terecht niet zonder meer aan de slag met extra parkeergarages in ruil voor minder plekken op straat; dat is een blanco cheque. Een pas op de plaats is nodig. Verstandig is het besluit om te stoppen met de Subsidieregeling Langparkeren in 2024. Laten we eerst eens kijken of we de Amsterdammers niet uit de auto krijgen of in de huurauto, openbaar vervoer of taxi.

Walther Ploos van Amstel.

 

2 Comments
  1. Er is een bij de gemeente onbekend aantal parkeerplaatsen in Amsterdam op eigen erf. In tegenstelling tot steden die in de jaren 70 al kozen voor autoluw kon men naar hartelust parkeerplekken bouwen onder, achter en in het eigen pand.

    Die zijn al een grote hindernis bij het autoluwer maken van de stad, want het zijn vooral Amsterdammers die autobewegingen veroorzaken. En als je je geen zorgen hoeft te maken over een parkeerplaats vinden is het helemaal verleidelijk om de auto te pakken.

    Om nu extra parkeergarages in handen van commerciële exploitanten te geven is problematisch. De gemeente kan dan planschade verwachten omdat de garage onbereikbaar wordt. Om die reden is de weg naar de Bijenkorfgarage niet af te sluiten. Van de planschade die de gemeente dan moet betalen kan je een hele mooie brug naar Noord bouwen legde een gemeenteraadslid mij uit.

    Daarom, hou zoveel mogelijk parkeergarages in eigen beheer. Eventueel geëxploiteerd door derden, maar dat is altijd weer op te zeggen en in te trekken.

Leave a Reply

Walther Ploos van Amstel  

Passie in logistiek & supply chain management

FOLLOW